de Dusky lori     Viooltjeslori    Johnstone lori    Blauwstuitlori  de Blauwkaplori   beginnen met Loriculus  de Muskuslori  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Beginnen met loriculus

Wat zijn loriculus?
Loriculus zijn kleine, 10-14cm, overwegend groene parkietachtigen, die wetenschappelijk tussen de agapornieden en de loris geplaatst worden. Net zoals de agapornieden dragen ze stukjes blad en schors tussen hun veren naar hun nestplaats maar net zoals de loris hebben ze een afwijkende tonganatomie. Dit is vooral te zien bij hun drinkbewegingen. Ze hebben dan ook een aangepaste voeding nodig.
De Nederlandse benaming vleermuispapegaaitje of hangparkietje hebben ze verkregen door hun typische slaaphouding. Ze gaan namelijk ondersteboven hangen aan een tak of zelfs aan de draad van een kooi. Deze houding is voor ons een aanwijzing van hun conditie, want zieke vogels blijven meestal gewoon rechtop zitten.
Het zijn rustige maar toch beweeglijke vogeltjes die zich snel trippelend over de vloer of takken bewegen. Het zijn heel behendige klimmers en hun melodieus getjilp is aangenaam om naar te luisteren.
Hun habitat bevindt zich in Zuidoost Azië en op de eilanden in die streek. Zij leven vooral in regenwoud en lichte bossen, maar ook fruitplantages behoren tot hun geliefkoosde pleisterplaatsen.

Overwegingen tot de aanschaf

Hiervoor kan ik gerust verwijzen naar de pagina bij de loris want de problemen zijn vergelijkbaar.
Het grote verschil met de loris is hun geluid, zij tjilpen melodieus en bij alarm geven ze een korte schrille toon die echter nooit als storend ervaren wordt.

Hoe moeten loriculus gehuisvest worden?

Ook voor deze vraag is het antwoord te vinden bij de loris, al is het met enige aanvulling.

Er dient op gelet te worden dat de ruimte gemakkelijk te bereiken is om regelmatig takken te verversen waar de vogeltjes naar hartenlust op kunnen rondtrippelen en klimmen. De schors en de bladeren pluizen ze graag af en dit wordt dan als nestmateriaal tussen hun veren naar de nestblok gedragen. Het is een plezier om hen te zien genieten van het uitrafelen van de uitlopende knoppen in de lente. Men neemt best takken van verschillende dikte zodat ze er zelf de juiste maat als slaapruimte voor kunnen kiezen. De ervaring zal dan uitwijzen waar welke dikte het beste geplaatst wordt om de kooi zo proper mogelijk te houden.

Omdat het nogal knoeiers bij het eten zijn is het een noodzaak om fruit en andere etensresten altijd ten laatste de volgende dag weg te nemen. Dit is noodzakelijk om schimmels en andere hygiëneproblemen, oa geurhinder, te vermijden.

Het zijn tropische vogels dus is het noodzakelijk om in de winter te voorzien dat de temperatuur niet onder 18°-20° daalt, eventueel mag dat ’s nachts iets minder zijn, maar nooit voor een langere periode. Ook voor de dagelijkse dosis licht moeten we in de winter zorgen. De meeste kwekers houden het op 12u tot 15u licht per dag om de vogels voldoende tijd voor hun voeding te geven, zeker als er jongen zijn.

Welke voeding krijgen loriculus?

Loriculus zijn eigenlijk geen moeilijke eters. Omdat hun voeding zo veelzijdig is, zullen ze niet gauw verhongeren, maar net zoals bij mensenkinderen bestaat het gevaar dat ze alleen eten wat ze lekker vinden: te eenzijdig dus!!!

Al zijn ze wel kieskeurige klanten, want de ervaring leert dat iets, wat ze eerst niet nemen op een dag toch helemaal op is en aan de andere kant iets, wat ze graag aten niet meer bekeken wordt tot op een bepaald moment ze er weer verzot op zijn.

Als we selectief gaan voeren moeten we zelf een hele boekhouding bijhouden over wanneer ze wat gekregen hebben. Dus ben ik er een voorstander van om ze dagelijks het hele pakket te geven,maar dan wel in beperkte mate. Als ze iets laten liggen, passen we gewoon de volgende dag hier enkel de hoeveelheid van aan.

Enkel fruit, groenten en groenvoer worden bij mij afgewisseld volgens de seizoenen, de aanvullende voeding blijft altijd gelijk.

Alle houders zijn het erover eens dat het grootste deel van de voeding van loriculus uit vers fruit, groenten en groenvoer moet bestaan. Dit zijn vooral appels, druiven, bananen, peren, pruimen, mango’s, mandarijntjes, appelsienen, witloof, wortelen, gekookte rijst, vogelmuur,ect

Over het aanvullend voeder zijn de meningen verdeeld. Een goed compromis is volgens mij:
-een potje loripap met nectar
-een mengeling voor kleine parkieten met aanvullend, gepelde haver
-een meelworm per vogel
-een takje trosgierst per week (meer voor hun amusement dan als voeding)
Bij de kweek passen we de voeding een beetje aan door extra meelwormen en gepelde haver te geven.
Natuurlijk moet er altijd vers water beschikbaar zijn, niet alleen om te drinken maar ook omdat ze graag baden.

Kweken met loriculus
De meeste kwekers gebruiken natuurblokken maar de loriculus doen niet moeilijk en ze aanvaarden ook zelfgetimmerde exemplaren. Zelfs de maat doet er niet toe. In verschillende verslagen ben ik verschillende afmetingen tegengekomen van 50cm hoog tot 25cm hoog, van binnenruimte 18cm diameter tot 14x14cm en een invlieggat van 6cm tot 4cm.
Ik denk dat men best kan rekening houden met de afmetingen van de vogeltjes zelf, vb een Celebeshangparkietje (loriculus stigmatus) van 15cm zullen we een groter onderkomen geven dan een Blauwkroontje (loriculus galgulus) van 12cm.
Voor de kweek zet men de paartjes best apart in een ruime kooi. Als ze met meerdere paren in een volière zitten is er verslag gemaakt van geruzie en onbevruchte legsels. Al zijn er kwekers, die betere resultaten behaalden met een kolonie Blauwkroontjes (Loriculus galgulus) in een ruime volière. Als het mannetje ritmisch begint te tjilpen, de rugveertjes rechtop zet en in de buurt van het vrouwtje begint voedselbellen te blazen, is de baltstijd aangebroken. De man voert het popje dan door een voedselbel te blazen en aan zijn snavel te laten hangen die het popje dan gretig van hem aanneemt. Dit is typisch loriculusgedrag!
De eitjes worden om de 2 dagen gelegd. Het legsel bestaat uit 3 tot 5 witte eitjes van 1,5cm diameter. Het popje broedt die alleen uit in ca 20 dagen, terwijl het mannetje in de buurt van het nest zachtjes tsjilpend de wacht houdt.
Tijdens het broeden komt het popje slechts éénmaal per dag van het nest om zich te ontlasten en te eten. Er wordt door het mannetje ook weer bijgevoerd met de voedselbellen.
Na de geboorte zijn de jongen tot de 9 de dag blind. Rond de 10 de dag kan men ringen met maatje 4-4,5. Vanaf dan dient ook het strooisel in de nestblok regelmatig vervangen te worden, omdat de ontlasting van de jonge vogels alles doorweekt.
Op de 30 ste dag na de geboorte zijn de jongen dan aan uitvliegen toe. En na een 6-tal maanden kleuren ze uit, zodat er te zien is dat het een mannetje dan wel een popje is.

Veel succes.


     
x